Ingepakt en weg: Boomsieraad (borstlulkont) van Maria Roosen, 2008

 

Ingepakt en weg: Boomsieraad (borstlulkont) van Maria Roosen, 2008

In 2013 schreef Myrthe Wesseling voor het museum een artikel over het Boomsieraad van Maria Roosen. Nu blijkt dat het kunstwerk is gestolen, wordt deze tekst ineens weer relevant. Daarom halen we hem voor u uit de oude doos. 

Boomsieraad (borstlulkont) door Maria Roosen (beeld: Medea Huisman)
Borstentros door Maria Roosen (beeld: Museum Arnhem)

Borsten, billen en fallussen in een netje (2013)

Kunst kan een wereld in beweging brengen. Kunstwerken kunnen een schokeffect teweegbrengen, mensen aanzetten tot denken, walging oproepen of zelfs een golf van emancipatie veroorzaken. De geschiedenis blijft zichzelf in dit opzicht herhalen: van de tot Fountain omgetoverde wc-pot van Marcel Duchamp in 1917 en de tot kunst gebombardeerde soepblikken van Andy Warhol in de jaren ’60 tot de haai op sterk water van Damien Hirst begin jaren ’90 die inmiddels een fortuin waard is. Al deze werken zetten op de een of andere manier iets in gang. Kunst is een krachtig middel en lijkt op vele manieren te zijn ingezet door de geschiedenis heen. Het shockeren van mensen lijkt echter steeds minder te gebeuren. In musea zijn almaar extremere vormen van kunst te vinden, waar toeschouwers misschien wel even van schrikken, maar waar ze zeker niet voor uit musea weg blijven.

Anders wordt het wanneer de museale context ontbreekt en het kunstwerk op een openbare plek tentoongesteld is. Want als kunst schokkend is, kan men in musea nog van tevoren gewaarschuwd worden, al is men sowieso meestal van tevoren op de hoogte van wat er in het desbetreffende museum te zien zal zijn. In het openbaar is dat echter niet het geval, waardoor kunst ook andersoortige reacties oproept. Er zullen daarom altijd groeperingen blijven die tegen expliciete en dan vooral seksueel getinte beelden protesteren, zo ondervond ook de gemeente Apeldoorn in 2007.

Begin december van dat jaar werd bekend dat een kunstwerk van Maria Roosen getiteld Boomsieraad in het Sprengenpark zou komen te hangen. Het kunstwerk, bestaande uit een net vol borsten, billen en mannelijke geslachtsdelen gemaakt van roestvrijstaal, was een doorn in het oog van de SGP en ChristenUnie in de gemeenteraad. De partijen stelden dat het kunstwerk “zeker door een deel van de Apeldoornse bevolking als aanstootgevend zal worden ervaren”. Het lijkt erop dat de partijen met het deel van de Apeldoornse bevolking waarover ze spraken vooral refereerden aan hun eigen achterban. Aan het kunstwerk is namelijk niet tot nauwelijks te zien wat het moet voorstellen. Waarschijnlijk ziet het merendeel van de voorbijgangers niet dat er borsten, billen en fallussen in het net zitten, maar ziet men de fonkelende objecten zo hoog in de boom als een welkome afleiding tussen al dat groen. Nog mooier zal het zijn in de zon, wanneer deze het werk laat schitteren en er door de spiegelingen een prachtig tafereel ontstaat.

Toch blijft het een interessant gegeven dat er ophef was over een dergelijk kunstwerk. Want als het in een museum had gehangen had er geen haan naar gekraaid. Sterker nog, een ander werk van Maria Roosen getiteld Borstentros, dat sinds 2010 te vinden is in het beeldenpark van het Museum voor Moderne Kunst Arnhem, is veel explicieter. Het werk dat, zoals de titel al aangeeft, een groot aantal borsten in trosvorm voorstelt, is zelfs vanaf de weg langs het beeldenpark te zien. Het is een werk dat meteen in het oog springt als je er nietsvermoedend langs wandelt en waarbij de associatie met vrouwenborsten je ook geenszins kan ontgaan. Maar omdat het binnen het kader van het museum valt, is er nooit ophef over geweest maar is het kunstwerk tijdens de onthulling enthousiast ontvangen. Dit is een prachtig voorbeeld van hoe het openbare karakter van kunst werkt: staat het kunstwerk op een openbare plaats dan lijkt bijna iedereen er een mening over te hebben, maar is het tentoongesteld in een museum – ook al is het kunstwerk duidelijk zichtbaar buiten het museum – dan hoeft of kan dat niet.

Het openbare karakter zorgt er dus voor dat er zoveel over gezegd en geschreven wordt. Dat is bijzonder in een maatschappij waar weinig kunst nog echt mensen kan shockeren. In onze Westerse samenleving waar op het gebied van kunst al bijna alles gedaan, gezegd of geschreven is en waar niemand nog op- of omkijkt van het zoveelste erotisch getinte werk in een tentoonstelling, ligt dus nog een heel onontgonnen terrein. En het ligt voor het grijpen want het mooie is: het is overal. Kunstenaars bereiken met hun werk op openbare plaatsen een veel groter publiek en ook nog eens een publiek dat ze normaliter niet per definitie bereiken omdat het niet naar musea gaat.

Wat betreft emancipatie, problemen aan de kaak stellen en gewoonweg reacties oproepen en mensen aan het denken zetten, valt er dus nog veel te winnen. De reacties van conservatieve mensen die zorgen voor een rel werken daar juist aan mee. Weinig mensen die het destijds hebben meegekregen zullen namelijk snel langs het Boomsieraad van Maria Roosen fietsen of lopen zonder eventjes om te kijken. En terecht, want of het nou aanstootgevend is of niet, het is in ieder geval een eyecatcher.